recensie Call me by your name

Dit is een recensie van de film Call me by your name die ik ooit schreef voor het studentenblaadje De Qualia. Ik vind het nog steeds een leuk stuk, ook al is het natuurlijk een vreselijk nauwe lezing van Foucaults’ Geschiedenis van de seksualiteit – en kan je de Riviéra helemaal niet oversteken.

Ik ben naar de bios geweest. Dat doe ik het liefst alleen en, als ik de tijd heb, lopend. Op die manier wandelt de film nog een tijdje met je mee. En is het net alsof er achter de schermen nog steeds iemand je blik dirigeert. Kijk daar, nu hier, hoor dit. Die vorm van aandacht is fragiel, steeds zeldzamer, maar kan een omgeving die je door en door kent op z’n kop zetten en opnieuw vreemd maken. Waar ik heen wil: eind februari steek ik via het Emmaviaduct de Italiaanse Riviéra over. Ik kom net bij Call me by your name vandaan en pas wanneer ik thuis de waterkoker aan doe, staat de wereld weer enigszins in de juiste verhouding. Dit is mijn huis, niet die van Elio. Ik ben in Groningen, sta naast een wasbak, niet een zwembad, en ik ben niet net wakker geworden van de meest intense, meest broeierige vakantieliefde van m’n leven, ook dat was Elio. En toch smaakt mijn thee me niet. Call Me by Your Name heeft me op een bijzonder manier het gevoel te geven zelf verliefd te zijn geweest. Een klein beetje, tuurlijk, maar ook ik moet omgaan met de volstrekte conclusieloosheid van hun situatie. 

Want dat is het immers met intense liefdes of vriendschappen; er is geen conclusie aan te verbinden, maanden erna ervaar je ze nog. Steeds opnieuw, steeds weer anders, misschien wel juist omdat je er steeds een nieuwe conclusie aan verbindt, weer een nieuwe reden vindt om ze naar het heden te halen. Liefde houdt niet op wanneer je besluit dat het dat doet, daar had Lydia Davis een punt: ‘And so it’s not only every hour of the day while it’s happening, but it’s really for hours and hours every day after that, for weeks, though less and less … maybe after six weeks you’re only thinking about it an hour or so in the day altogether, a few minutes here and there spread over, or a few minutes here and there and half an hour before you go to sleep, or sometimes it all comes back and you stay awake with it half the night.’ (uit het essay Breaking it up)

Goed. 

Kort door de bocht gaat Call Me by Your Name over de zomerliefde tussen Elio en Oliver. Elio is een knullige tienerjongen en gaat elke zomer met zijn ouders naar hun villa op het Italiaanse platteland. Zijn vader, een archeoloog, nodigt daar ieder jaar een onderzoeksassistent uit en dit jaar is dat Oliver. Voor wie de naam iets zegt: Oliver wordt gespeeld door Armie Hammer. Voor wie niet: hij is nonchalant, heeft een brede lach en mijn oom noemde hem onlangs een ‘boom van een vent’. 

De film begint met Olivers aankomst. Vanuit het raam op de tweede verdieping kijken we met Elio op een afstandje mee, die niets lijkt te voelen van de spanning die een nieuw persoon vaak meebrengt – alsjeblieft, doe mijn wereld schudden, wankelen, maar niet omvallen, laat hem achter zoals-ie was toen je hier kwam. Eenmaal binnen laat Elio hem zien waar hij de komende weken mag slapen en dat is natúúrlijk direct naast Elio’s kamer. Een vreselijk cliché, maar juist de overduidelijke belofte van hun latere liefde zet de rest van de film op scherp. Het verhaal voelt daardoor nooit als een ‘will they, won’t they’, maar verschuift je aandacht naar de manier waarop de twee lange tijd om elkaar heen dansen, verliefd raken, en elkaar uiteindelijk ook weer kwijt raken. Dat is het mooie van een flinke, of subtiele, spoiler: je stopt met gissen over de uitslag en kijkt, in plaats daarvan, hoe de wielen de weg raken, hoe de achterste in het peloton water haalt voor de rest, en begint je af te vragen of die ook niet eens voorop zou willen rijden en of-ie het zou kunnen.

In de week erop vertel ik aan iedereen die het maar wil horen hoe mooi de film was, hoe die over de liefde ging, over een liefde tussen twee mannen en dus over homoseksualiteit, vanzelfsprekend, maar dat de focus er absoluut niet op lag. Het is niet bepaald een originele kijk op het verhaal, dat weet ik zelf ook, want het staat immers ook al in een handvol recensies. Maar er is ook iets aan die uitleg dat niet juist voelt. Het vangt bij lange na de onzekerheid, vaagheid en aarzelingen van de film niet. Maar onzekerheid waarover? Vaagheid waarvan? 

Geen idee. 

Ik ben vergeten hoeveel tijd er voorbij ging, het is waarschijnlijk een paar weken en als mijn agenda hier lag, had ik het je verteld, maar een poos later zit ik in de A-kerk te luisteren naar een toespraak van Marli Huijer, in het kader van de essay- en lezingenreeks Nieuw Licht. Huijer heeft voor de gelegenheid Foucaults Geschiedenis van de seksualiteit er weer bijgepakt en presenteert die dag een kort, maar vreselijk relevant essay daarover – best de moeite waard als je je niet te trots voelt voor ‘publieksfilosofie’. Waar het nu om gaat: in het eerste deel van dat werk, De wil tot weten, beschrijft Foucault hoe seks door de jaren heen veranderde van iets dat men gewoon doet, tot iets waar men in de eerste plaats over praat. Lange tijd dachten we dat de seks onderdrukt was en dat we die, door er maar zoveel mogelijk over te praten, konden bevrijden van deze onderdrukking. Belangrijk is dat het spreken een soort van bekentenis omvat. Door seks te onthullen, onthullen we ook onszelf. En de kennis die dat oplevert, maakt ons vatbaar voor macht. 

Nu wil ik het hier niet over macht hebben, wel over de onthulling van onze seksualiteit. Er is, door te praten over seks – dit moet helaas wat prozaïsch – een onderscheid gemaakt tussen seksueel handelen en een seksuele identiteit. Daarbij bevindt die laatste zich achter, voor, maar nooit naast het handelen. Met andere woorden, seksuele bekentenis gaat over wat je bent en zegt maar weinig over wat je doet. Sterker nog, soms wordt het doen zelf een bekentenis, spreekt het waarheid over de doener: als twee mannen hand in hand lopen, dan zegt dat iets over wat zij zijn, namelijk, homoseksueel. 

Huijer en Foucault stellen de vraag of al dat praten over seks ons daadwerkelijk vrijer maakt. Tuurlijk, een identiteit verschaft een groep mensen met politiek handelingsvermogen, helpt weerstand bieden, juist door – al dan niet strategisch – te essentialiseren. Zo is het misschien ondenkbaar dat gelijke homorechten er waren geweest zonder het over homoseksualiteit te hebben. Maar de keerzijde ervan is dat we constant op zoek zijn naar seksuele waarheid, over onszelf en de ander. En een seksuele identiteit wordt daarmee ook een keurslijf. In haar essay, Beminnen, schrijft Huijer: “Als je precies moet weten wat je seksueel bent en hoe je je dus hoort te gedragen, blijft er weinig vrijheid over om het zelf uit te vinden en uit te proberen.” (p. 54) Van jongeren verwachten we bijvoorbeeld dat ze die waarheid over hun identiteit weten, al voordat ze seksueel actief zijn. En van sommigen van hen verwachten we vervolgens ook nog een coming-out – de seksuele bekentenis optima forma.

Helpt dit me te begrijpen waar ik een paar weken eerder naar zat te kijken? 

Waar ging die onzekerheid, die ik eerder noemde, precies over? Nu ik erover nadenk, lijkt het hele idee van seksuele identiteit maar een kleine rol te spelen in de Call Me by Your Name. Nergens in de film vraagt iemand Elio ‘wat-ie is’. En zelfs de vraag wat ze samen zijn of waren is nagenoeg afwezig. De vader noemt het ergens, als ik het me goed herinner, ‘a beautiful friendship, possibly more’, maar veel concreter wordt het niet. De onzekerheid die dat met zich meebrengt, geeft de hoofdpersonen ruimte om te manoeuvreren en er zelf achter te komen hoe ze willen liefhebben. Zo heeft Elio ook een korte periode iets met een meisje uit het dorp, maar komt die verkering niet als onecht of illusoir over. Het is vrijheid op het ongemakkelijke af, want er is immers weinig voor Elio en Oliver om aan vast te houden, maar tegelijkertijd is er ook weinig dat hen vast heeft. Geen identiteit die hen vertelt wat te doen. 

Je ziet in de film ook hoe fragiel die identitaire verwarring is, hoezeer die aankomt op de omstanders, en wat een vreselijk voorrecht het is. Het maakt het geheel nogal utopisch, want in de realiteit vragen en vertellen we elkaar constant wat we zijn, we zetten het op Facebook en gebruiken die informatie om het daten via Tinder te stroomlijnen. Maar Call Me by Your Name zal niet iedereens utopie zijn, niet iedereen ervaart verwarring en onzekerheid immers als vrijheid. Toch is het zeker iets om naar te streven, want ook voor hen die misschien wel behoefte hebben aan een identiteit is het geen verkeerd idee ze de ruimte en tijd te geven die vorm te geven – of ‘erachter’ te komen wat die is.

Call Me by Your Name gaat dus over de liefde, maar ook over een bepaalde vrijheid. Niet vrijheid binnen categorieën – om zelf te kiezen waar je in past – maar vrijheid van categorieën. Voor een groot deel is het je omgeving die je vraagt binnen die categorieën plaats te nemen. En voor ons, onderdeel van die omgeving, is de film een wijze les en een mooi streven: geef de mensen om je heen de vrijheid van onzekerheid. Spreken maakt niet iedereen, en niet altijd, vrijer.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s